Diafragma uitgelegd: scherptediepte zonder ingewikkelde termen

Hoe zit dat nou precies?

Als er één instelling is die het verschil maakt tussen een foto die "aardig" is en een foto die echt professioneel oogt, dan is het diafragma. Het bepaalt hoeveel van je foto scherp is en hoeveel lekker vervaagt — en dat effect noemen we scherptediepte. Klinkt technisch, maar het idee erachter is simpel. Wat is diafragma en wat doet het?

Het diafragma is de opening in je lens waar het licht doorheen valt, vergelijkbaar met de pupil van je oog. Je stelt deze in met een getal, de f-stop: f/1.8, f/4, f/8, f/16. Verwarrend genoeg werkt dit omgekeerd — hoe kleiner het getal, hoe groter de opening, en hoe minder scherptediepte je krijgt. Bij f/1.8 heb je een groot diafragma: veel licht, een prachtig vervaagde achtergrond, en maar een klein stukje van je foto echt scherp. Bij f/16 heb je een klein diafragma: minder licht, maar bijna alles in beeld is scherp, van voor- tot achtergrond.

Wanneer gebruik je welke instelling? Voor een portret waarbij je onderwerp moet afsteken tegen de achtergrond, kies je een groot diafragma zoals f/1.8 of f/2.8 — dat vervaagde effect heet bokeh en geeft je foto meteen een professionele uitstraling. Fotografeer je een landschap waarin je wilt dat alles van de bloemen op de voorgrond tot de heuvels in de verte scherp is, dan kies je juist een klein diafragma zoals f/11 of f/16.

Een handige oefening: zet je camera op de Av-stand (of A, afhankelijk van je merk) en fotografeer hetzelfde onderwerp met drie verschillende diafragma-waardes. Vergelijk de resultaten en je voelt precies aan wanneer je welke instelling wilt gebruiken.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.